'Deze parabel over een hutkoffer prikkelt je tot nadenken over wie je bent.'

Ontmoet Erica Detiger

 

Een hutkoffer…

Wijsheid, verpakt in een luchtig, eenvoudig en boeiend verhaal. Deze parabel over een hutkoffer dwingt je tot nadenken over wie je bent.

Niet te geloven, werkelijk niet te geloven, zei de Zebra tegen Bever. Ze zaten samen op een bankje aan de rand van het meer. De zon ging langzaam onder. Zebra liet zijn tenen in het lauwwarme water bungelen…het was nog erg warm, muggen gonsden en weldra zouden de avondkrekels invallen. Ja, daar komt hij weer. En jawel, in de verte aan de rand van het oerwoud kwam een enorme stofwolk hen tegemoet. Hij was moeilijk te onderscheiden vanwege zijn prachtige schutkleur maar in de wolk ging de grijze Olifant schuil. Hij sleepte als altijd zijn grote hutkoffer moeizaam achter zich aan. Met trage regelmaat stopte de olifant om er bovenop te gaan zitten en na een minuut of 5 stapte hij weer op en sleepte de hutkoffer voort.

Bever en Zebra hadden wel gezien dat het een erg groot en log exemplaar was. En oud, heel oud en zelfs onder het stof kon je zien dat de antieke kist met goud was beslagen. Zebra keek eens naar zijn eigen kistje een klein vierkant geval wat hij zelf prachtig zwart-wit had geverfd. Zijn lievelingskleuren. En Bever zag je vaak drijven op zijn rug met op zijn buik een klein kistje rijkelijk versierd met schelpen en steentjes.

Langzaam kwam de stofwolk naderbij. Hé olifant, riep Zebra. Bever liet zich langzaam in het water zakken en zwom met logge slagen een stukje het meer op. Hé, olifant kom nou toch es, dit is al de vierde keer dat je met dat ding voorbij sjouwt. Olifant keek verbaasd op en ging op zijn hutkoffer zitten. Ja, zei hij? Maar olifant het is toch veel te warm om zo te slepen en te sleuren. Kom er lekker in, riep Bever vanuit het water, het is heerlijk! Nee nee, dat gaat echt niet, antwoordde Olifant. Het is pas mijn 4e rondje en ik doe er op een avond als deze minstens 7!
Wat zit er nou eigenlijk allemaal in Olifant, vroeg Zebra en keek nog eens naar zijn eigen kistje. Tja, zei Olifant dat weet ik eigenlijk niet zo precies. Ik heb hem geërfd van mijn grootvader Rono, de rode Olifant. Oh ja, de verhalen over Rono en zijn avonturen kende iedereen op de steppe en ver daarbuiten. Maak je hem dan nooit open, Olifant? Ben je dan niet ontzettend nieuwsgierig? Nee, zei Olifant, mijn vader zaliger zei altijd: Wat erin zit, zit erin jongen en het enige wat jij hoeft te doen is sjouwen! Oh, zei Zebra, dus je hebt echt nog nooit gekeken? Nee, zei Olifant ik heb zelfs geen sleutel, hij is alleen handig om af en toe op te gaan zitten. Hmm, zei Zebra.

Nieuwsgierig keek Olifant naar het kistje van Zebra. Gaat die van jou dan wel eens open? Jazeker, zei Zebra, hij staat heel vaak open ondanks die stofwolken van jou. Zit er echt iets in dan? Ja, maar natuurlijk, zei Zebra en haalde één voor één zijn spulletjes eruit en rangschikte ze op de grond:

Hé, een leeg busje, zag Olifant. Ja, zei Zebra, dat is het busje met dromen die uitkomen. Het is weer tijd om er een verse in te stoppen. Goh, zei Olifant, diep onder de indruk. Hij zweeg en keek peinzend in de verte.

Thuisgekomen aan de rand van het oerwoud onder de oneindige sterrenhemel, ging Olifant moe op zijn koffer zitten. Stil keek hij voor zich uit. Lang, langgeleden al had hij weg willen trekken verder dan de steppe naar het land van Rono zijn grootvader, om te trompetteren. Niet zomaar een beetje. Maar om te trompetteren in alle toonaarden en om dan ‘s avonds moe en buiten adem de klanken te horen wegsterven op weg naar de hemel op een wolkeloze nacht zoals deze.
Maar ja, sjouwen jongen, herhaalde hij zijn vader, heb ik ook altijd gedaan, dat doet een echte Olifant. Hij had die kist tenslotte niet voor niets gekregen. Ergens, ja toch, ergens moest een sleutel zijn. Hij zocht in al zijn zakken, in de keukenla in de nalatenschap van zijn vader. Maar nergens, nergens vond hij een sleutel.

Ongedurig en teleurgesteld morrelde hij aan het slot. En toen, tergend langzaam kggrnaarrrs sprong de schuif open. Heel voorzichtig en behoedzaam tilde Olifant de deksel omhoog. En daar in de mooist denkbare kleuren kwamen ze voorbij, de avonturen van Rono. Ze vlogen naar de nachtelijke hemel, zijn overwinningen, zijn verdriet, zijn ongekende kracht, zijn dromen in het roze, muziek in het blauw, paarse liefde…
Olifant keek ademloos toe hoe de kleuren langzaam vervlogen om op te lossen in het niets. Verwonderd keek Olifant in de kist, een lege bodem staarde hem aan, of nee, toch niet helemaal. Een oude vergeelde ansicht lag op de oude planken:

                                                      Hé Dombo, las Olifant,
                                                      Een lege Kist…
                                                      Wordt het niet eens tijd….
                                                      Grootvader Rono

Allemaal sjouwen we een rugzak in heel verschillende maten met ons mee, vol met bagage, kennis, competenties, vaardigheden… Bagage, ballast? Wie zal het zeggen. Maar wat zit er nou eigenlijk in je kistje? Wat is verstopt of juist helder zichtbaar? En past die volle rugzak wel bij de inhoud van je kistje? Wat is nou eigenlijk jouw signatuur? Hoe pas je je rugzak en je branding aan op jouw werkelijke kwaliteit en kracht. Als binnen klopt met buiten is branding pas werkelijk effectief en ontstaan ruimte en kansen passend bij jou!

De parabel gebruiken voor een training? Download de 'weggeef-versie'

 Erica Detiger